Het is zaterdagochtend en om mij heen bevinden zich ineengedoken mannen die op het kappersmatje zijn geroepen. Over enkele ogenblikken zullen ze van hun laatste beetje mannelijkheid worden ontdaan: de wilde manen. De kapsters zijn meedogenloos en dulden geen tegenspraak. Ze hebben immers vaker met dit bijltje gehakt. Fanatiek ontdoen ze hun prooi van de zijstroken op het hoofd, de blik op oneindig. Ondertussen lucht het slachtoffer zijn hart bij de haarsnijdster en maakt haar deelgenoot van zijn wel en wee. Om te voorkomen dat het gesprek de richting op gaat van voetbal of de lage schoolresultaten van zoonlief, begint de gemiddelde kapster maar over het weer, of vraagt quasi-geïnteresseerd waar de vakantie dit jaar naartoe zal gaan. Politiek correcte onderwerpen, noemt men deze ook wel.
27-02-12
Hoofddeksel
Wil je bruin, dan krijg je blond. Wil je blond, dan krijg je geel. Wil je een nonchalante lok à-la Jennifer Aniston, dan krijg je een strakke middenscheiding die je meer de uitstraling geeft van een strenge schooljuf.
20-02-12
De jeugd van tegenwoordig?!
Ik sta in de supermarkt. Op de zuivelafdeling wel te verstaan, want ik wil een toetje uitzoeken voor na het avondmaal. Een nare gewoonte die er in is geslopen, dat toetjes eten, maar een maaltijd is nou eenmaal niet compleet zonder. Heb ik mezelf wijsgemaakt.
De keuze is reuze: toetjes voor de chocoladeliefhebber in de vorm van mousse, pudding, vla of soesjes. Seizoensvla –met confetti, zal wel iets met carnaval te maken hebben- of vla met stoofpeertjes, lekker ouderwets. En dan hebben we natuurlijk nog yoghurt met vruchtjes –aardbei, perzik, framboos, you name it-, danoontjes, kleine portietoetjes – te commercieel, weiger ik aan mee te doen- en ga zo maar door. Kortom: een onmogelijke keuze. Toen ineens viel mijn blik op een pudding, die ik nog nooit eerder had gezien. ‘Vanillepudding met butterscotch-saus.’ Aangezien ik enthousiast uitprobeerster van nieuwe toetjes ben, ging mijn hand als vanzelf richting het schap. Er was er nog één..
13-02-12
-x- Anoniempje
De dag van hartjesmokken, geparfumeerde kaartjes met intieme beren en eindeloos radio-/televisie-/internetgezwemel is weer bijna aangebroken. De dag van overwerkte postbodes en alom gevreesde handschriftinspecties. De dag die sommigen omarmen, terwijl anderen – veelal pas nadat zij geen liefdesverklaringen hebben ontvangen- beweren dat het de stomste dag is van het jaar en zij ‘er toch niet aan mee doen.’
Het oorspronkelijke idee van Valentijnsdag is dat mensen elkaar de (geheime) liefde verklaren. Met klotsende oksels, al stuntelend en stotterend, de liefde van je leven diep, héél diep in de ogen kijken en zeggen: ‘Ik… ik vind je leuk. Wil je mijn Valentijn zijn?’ (Of zoals de Belgen het zeggen: ‘Ik zie u graag.’ Heeft ook wel iets charmants.) Je hebt je ziel blootgegeven, je kwetsbaar opgesteld – wat men name voor mannen niet altijd even gemakkelijk schijnt te zijn- en alles wat je nu nog kunt doen is afwachten. Wordt het de resolute afwijzing, waarna je jezelf het beste in een diep ravijn kunt werpen? Of wordt het een enthousiast ‘ik wil’, gevolgd door wat misschien wel de meest sensuele kus van je leven zal worden? De tijd zal het leren..
Het oorspronkelijke idee van Valentijnsdag is dat mensen elkaar de (geheime) liefde verklaren. Met klotsende oksels, al stuntelend en stotterend, de liefde van je leven diep, héél diep in de ogen kijken en zeggen: ‘Ik… ik vind je leuk. Wil je mijn Valentijn zijn?’ (Of zoals de Belgen het zeggen: ‘Ik zie u graag.’ Heeft ook wel iets charmants.) Je hebt je ziel blootgegeven, je kwetsbaar opgesteld – wat men name voor mannen niet altijd even gemakkelijk schijnt te zijn- en alles wat je nu nog kunt doen is afwachten. Wordt het de resolute afwijzing, waarna je jezelf het beste in een diep ravijn kunt werpen? Of wordt het een enthousiast ‘ik wil’, gevolgd door wat misschien wel de meest sensuele kus van je leven zal worden? De tijd zal het leren.. 07-02-12
Barre tijden
Ik sta op het perron. Amsterdam Amstel om precies te zijn. Ik wacht al zo’n 1,5 uur op iets, waarvan ik niet zeker weet of het wel gaat komen. Wachten zonder dat je weet waarop, is een zeer uitputtende bezigheid. Een fluitende treinmachinist komt voorbij, met in zijn hand een kopje koffie. “Ken nog wel effe duren meissie”, zegt hij tegen mij. Blijkbaar oog ik net zo wanhopig als ik me voel. Ik kijk omhoog, richting het informatiescherm. Een groot zwart, gapend gat. Ik vrees dat de goede man gelijk heeft. Glazig staar ik in de leegte.
Wij Nederlanders zijn goed bestand tegen kou. Dat zit in onze genen. Onze voorvaderen gingen er in weer en wind op uit, met enkel een berenvelletje omgeslagen. De strijd om te overleven zit ons in het bloed. Toch lijkt de realiteit heel anders te zijn. Zodra de eerste vlokken zijn neergestreken op Nederlandse bodem, is heel het land in rep en roer. Is er wel genoeg strooizout? Hoe moet dat nu met het openbaar vervoer? Uren wachten op een overvol, winderig en o-zo gezellig perron, met als troostprijs een gratis bakkie slootwater. Dat is wat wij een dezer dagen onder trein reizen moeten verstaan.
Abonneren op:
Berichten (Atom)